Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  18 april - derde paaszondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Handelingen 5,27-41
Johannes 21,1-19

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Wonderbare visvangst

Paasfeest, paasmaal, paasei, paashaas, paasklokken, paasbloemen, paasmarkt, een paasvakantie, gekleed zijn op zijn paasbest… Samenstellingen met het woord 'pasen' roepen een sfeer op van feestvieren, vreugde, genieten. Het kerkelijk hoogfeest van de verrijzenis is uitgegroeid tot een hoogtijd voor heel de samenleving, gelovig of niet. Vraag het maar aan de commercie en de touroperators.
Maar in de tijd van het allereerste paasfeest, was van dat feestgedruis niet veel te merken. Het lege graf was de eerste opdoffer. En de sfeer in Jeruzalem was zo beangstigend dat de leerlingen achter slot en grendel wegkropen.
Ja maar - zo zou je kunnen tegenwerpen - die angst werd snel doorbroken, want vorige week hoorden we dat Jezus reeds op paasmaandag aan zijn leerlingen verscheen.

Maar bracht die verschijning bij de apostelen een ommekeer teweeg? Toen Jezus acht dagen later opnieuw verscheen om de ongelovige Thomas even op zijn nummer te zetten, waar bevonden de leerlingen zich toen? Als bange wezels zaten ze nog steeds tussen diezelfde vier muren. Een vrolijke paastijd is het voor hen niet geworden.

Geleidelijk ebt hun angst weg. En wat zien we? De een na de ander kapt ermee. Denk maar aan die twee van Emmaüs. Ook aan hen verschijnt Jezus. Diep onder de indruk hollen ze naar Jeruzalem om aan hun collega's te vertellen wat er gebeurd was. En wat is het effect bij de anderen? Geen. Moedeloosheid blijft troef. De leerlingen weten van geen hout pijlen maken. De leegloop houdt aan. Stilaan gaat iedereen zijn eigen weg, meestal terug naar zijn geboortestreek.

Vandaag zitten er en stuk of zeven bij elkaar, ergens in Galilea. Uitgepraat over de tijd van toen. En na een lange stilte hoor je het Petrus zo zeggen: "Ik ga weer vissen".

Blijkbaar heeft hij de knoop doorgehakt, want ook de anderen gaan mee aan boord. Ze hebben een punt gezet achter hun apostelschap, de draad van vóór Jezus' tijd weer opgenomen. Petrus, opnieuw een doodgewone visser.
Maar wel een visser zonder vis. Leeg blijft zijn net, leeg is zijn hart. Een hele nacht lang.

Als het morgenlicht begint te dagen, breekt ook de dageraad van het heil aan. Jezus komt in beeld. Petrus herkent Hem niet. Dat kon ook niet, want een leeg hart kan Jezus niet herkennen. Als Petrus, op het woord van die vreemdeling, zijn netten opnieuw uitgooit, zitten ze vol. Ook zijn hart loopt vol, vol van vreugde. Niet om de dik belegde boterham die hij uit het water heeft gehaald, maar omdat het in hem begint te dagen: "Het is de Heer" die hem opwacht. En in al zijn onstuimigheid laat hij zijn maats in de steek, duikt het water in en zwemt naar Jezus toe.

Hier wordt de prelude getoonzet van Petrus' volledige rehabilitatie. "Jezus nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis." Je hoort het aan het woordgebruik: het gaat hier niet om een hap-snap-ontbijt op een doordeweekse morgen. Het gaat hier om een typische Jezus-maaltijd, waar iets wezenlijks staat te gebeuren.

Na het ontbijt gaat Jezus naar Petrus toe: "Simon, heb je me lief?" Drie keer na elkaar. Petrus had redenen te over om bedroefd te zijn en wroeging te hebben toen hij zo driemaal doordringend geconfronteerd werd met de vraag naar de kwaliteit van zijn liefde en trouw. Hij weet dat hij geregeld in de fout is gegaan:

- Ik heb heftig tegengesproken toen Jezus zei dat Hij moest lijden.
- Ik sliep toen Jezus die laatste nacht in Getsémani waakte en bad.
- Nadien ben ik op de vlucht geslagen en heb Hem op de koop toe driemaal verloochend.
- Toen Hij aan het kruis hing, was ik nergens.
- En tenslotte heb ik er de brui aan gegeven.

En schuldbewust antwoordt Petrus: "Ja Heer, uj weet dat ik u liefheb, ondanks al mijn zwakheid".

Tot deze man, helemaal geen toonbeeld van volmaaktheid, zegt Jezus: "Weid mijn schapen". Ik denk dat Petrus zijn oren niet kon geloven toen Jezus hem de leiding van de Kerk toevertrouwde.

Nu we weten dat het in dit verhaal gaat over de stichting van de Kerk van Jezus, kunnen we ook de betekenis begrijpen van die wat vreemde zin uit onze evangelielezing. "Het net was vol grote vissen, 153 stuks, en hoewel er zoveel waren, scheurde het net niet". Is dit een typische vissersoverdrijving of doet Jezus hier vlug-vlug een wonder om te voorkomen dat de apostelen door hun te succesrijke vangst zonder buit aan wal zouden komen?
Geen van beide. Onze evangelist gebruikt hier beeldspraak die niet meer van onze dagen is.

Naar het schijnt dacht men in die tijd dat er 153 verschillende soorten vis bestonden. Onze tekst zegt dus: Alle vissoorten van de wereld zaten in het net. En met ‘het net’ wordt ‘de Kerk’ bedoeld.

Alle 'soorten' mensen, zonder onderscheid, kunnen gered worden. De Kerk mag niemand a priori uitsluiten. Gods heil is er voor iedereen. Hij laat niemand door de mazen van het net glippen.

Toen Petrus en de zijnen het net aan land sleepten, had Gods trouw en vergevensgezindheid hen reeds opnieuw als mensenvissers aangenomen, ook al waren zijzelf zich op dat ogenblik daarvan nog niet bewust. Dat dringt pas ten volle tot Petrus door op het moment van zijn volledige rehabilitatie.

Die nieuwe geboden kans grijpt hij met beide handen aan. Zijn onstuimige aard verloochent hij ook nu niet. Dat hoorden wij in de eerste lezing:

De apostelen blijven, ondanks verbod, hun Jezusgeloof verkondigen. En als ze daarvoor door de hogepriester op het matje geroepen worden, komt Petrus wel erg scherp uit de hoek:

"De Jezus, waaraan jullie je vergrepen hebben door Hem aan het kruis te slaan,
die Jezus is door God weer ten leven gewekt om aan Israël bekering te schenken.
Daarvan moeten wij getuigen.
En als jullie ons dat verbieden, sorry:, maar wij gaan door.
Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen."

Marc Christiaens o.p. (Schilde).

 
  Prekenlijst