Maar wie begint zijn laatste afscheidswoorden met een
uitroep van vreugde? ‘Nu is de mensenzoon verheerlijkt en God is
verheerlijkt in hem!’ Jezus staat voor de gruwelijk wrede kruisdood. Toch
spreekt Hij van verheerlijking. Hij laat zich zien in volle glorie. Voor de
evangelist Johannes is de doodgemartelde Jezus, hoog op het kruis, de door
God verhoogde. De kruisdood is het teken van totale overgave en trouw, van
algehele godsverbondenheid en uiterste, mateloze liefde, voor ons, mensen.
De kruisdood is de consequentie van Jezus’ radicale gegevenheid in
barmhartige liefde. ‘Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven
geeft voor zijn vrienden.’
Aan het kruis hangt een man die iedereen
ontwapend heeft door zijn macht van volgehouden toewijding aan Gods lieve
mensen. Een dergelijke liefde heeft eeuwigheidswaarde.
U hoorde het in lezing uit het boek Apokalyps, het
visioen van de ziener Johannes. God zal bij ons wonen en wij bij Hem. Wij
zullen zijn volk zijn en Hij God met ons. Hij zal alle tranen van onze
ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen
smart zal er zijn, want al het oude is voorbij. En Hij die op de troon is
gezeten, sprak: "Zie, Ik maak alles nieuw."
De onlangs overleden pater Schillebeeckx schreef ooit:
’God is altijd nieuw.’ We zeggen dan dat God geen verleden en geen
toekomst heeft, omdat Hij buiten tijd en ruimte staat. We hebben het dan
over een ‘eeuwig nu’. We benoemen God ook als ‘Liefde’. Die liefde
is dan eeuwig en altijd nieuw. Zij is universeel en omvat alles en iedereen.
Zij overweldigt ons niet. Ze breekt, niet van buitenaf, in ons leven binnen.
Zijn liefdeskracht is inwendig aanwezig. Ze nodigt ons uit. Ze schenkt leven
en bevrijdt mensen die er zich voor openstellen.
Die woorden van Johannes’ visioen kunnen een troost
zijn… Geen lijden en geen dood meer.
Marx vond dat ze ‘opium van het volk’ waren, om ons
te sussen en als het ware te verdoven, om in het hiernumaals niet te
moeten vechten voor rechtvaardigheid en het hiernamaals maar rustig
af te wachten. Om aan die opium te ontsnappen is het dan wellicht goed
alvast alles (onze wereld) nieuw te maken door de kracht van onze liefde. In
zijn afscheidswoorden gaf Jezus ook al een nieuw gebod: dat we elkaar
zouden beminnen, zoals Hij ons heeft liefgehad. Dan is dat met die uiterste
en mateloze liefde. Wie heeft de pretentie dat aan te kunnen? Kunnen we dan
niet beantwoorden aan die opdracht van Jezus? Zeker! Binnen onze menselijke
begrenzingen. ‘In de mate van het mogelijke’, zoals we het terecht
dikwijls zeggen. Misschien is het zeer veel als we dat nieuwe gebod verstaan
als: met nieuwe ogen naar mensen kijken, nieuwe woorden en nieuwe gebaren
stellen vanuit die Liefde, die Jezus ons heeft voorgeleefd.
De Frans-Amerikaanse geleerde, René Jules Dubos, gaf een
markant getuigenis op zijn 81ste vanop een ziekenhuisbed. Hij had het over
een ervaring als kind van ongeveer 8 jaar. Maandenlang had hij wegens een
ziekte binnenshuis moeten blijven. Eindelijk, op een zonovergoten ochtend
mocht hij naar buiten voor een wandelingetje met zijn moeder. Hij beschrijft
het straatje waar hij met zijn moeder doorwandelde als gewoon en monotoon.
Maar op die dag was het als een sprookjesachtig mooie wereld. Ze ontmoetten
maar enkele mensen. Voor hem was het een menigte die hem liet ervaren hoe
opwindend het contact met mensen kan zijn. Het was intense levensvreugde
over het gewone leven, voor hem de grootste zegening die een mens kan
overkomen.
Dubos was ervan overtuigd dat het leven verdiende intens
te worden geleefd. Makkelijk op grote momenten, maar hij vond dat dit ook
met heel simpele dingen kon. Dat bescheiden wandelingetje beschouwde hij
altijd als een sleutelervaring in zijn leven, ondanks zijn rijk gevulde
carrière als beroemde wetenschapper, schrijver en spreker.
Het was voor hem geen levensvreemde romantiek.
Integendeel. Hij erkende het als een intense en juiste
werkelijkheidsbeleving.
Kan dit niet het ‘nieuwe’ betekenen van dat nieuwe
gebod, dat Jezus gaf? Dat we vanuit zijn Liefde het leven intens beleven,
zoals Hij dat gedaan heeft? Dan kan iedere ontmoeting, ieder samen-zijn met
mensen, een kans zijn tot intense levensvreugde: als we met andere ogen naar
mensen kijken, zoals verliefden anders kijken naar elkaar en naar de wereld
rondom hen. We hoeven er dan geen kriebels in de buik van te krijgen. Het
gaat erom dat wij nieuwe mensen worden. Dat we als leerlingen van Jezus ‘nieuw’
leven en als kinderen van God meedoen met Hem die zegt: ’Zie, ik maak
alles nieuw.’
Rob Moens, dominicaan, Genk