Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  2 mei - vijfde paaszondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:
Apocalyps 21,1-5
Johannes 13,31-35

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


'Zie, ik maak alles en nieuw'

Als een geliefde mens sterft en hij/zij is nog bewust, dan worden zijn/haar woorden op een gouden schaaltje gewogen. Die afscheidswoorden van een stervende geliefde blijven een leven lang hangen. Ze hebben de waarde van een testament.
In dit evangelie gaat het om de afscheidswoorden van Jezus tijdens het laatste avondmaal. Er staat immers: ‘Nog maar korte tijd zal ik bij U zijn’ en ‘Toen Judas was heengegaan...’

Maar wie begint zijn laatste afscheidswoorden met een uitroep van vreugde? ‘Nu is de mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in hem!’ Jezus staat voor de gruwelijk wrede kruisdood. Toch spreekt Hij van verheerlijking. Hij laat zich zien in volle glorie. Voor de evangelist Johannes is de doodgemartelde Jezus, hoog op het kruis, de door God verhoogde. De kruisdood is het teken van totale overgave en trouw, van algehele godsverbondenheid en uiterste, mateloze liefde, voor ons, mensen. De kruisdood is de consequentie van Jezus’ radicale gegevenheid in barmhartige liefde. ‘Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden.’
Aan het kruis hangt een man die iedereen ontwapend heeft door zijn macht van volgehouden toewijding aan Gods lieve mensen. Een dergelijke liefde heeft eeuwigheidswaarde.

U hoorde het in lezing uit het boek Apokalyps, het visioen van de ziener Johannes. God zal bij ons wonen en wij bij Hem. Wij zullen zijn volk zijn en Hij God met ons. Hij zal alle tranen van onze ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij. En Hij die op de troon is gezeten, sprak: "Zie, Ik maak alles nieuw."

De onlangs overleden pater Schillebeeckx schreef ooit: ’God is altijd nieuw.’ We zeggen dan dat God geen verleden en geen toekomst heeft, omdat Hij buiten tijd en ruimte staat. We hebben het dan over een ‘eeuwig nu’. We benoemen God ook als ‘Liefde’. Die liefde is dan eeuwig en altijd nieuw. Zij is universeel en omvat alles en iedereen. Zij overweldigt ons niet. Ze breekt, niet van buitenaf, in ons leven binnen. Zijn liefdeskracht is inwendig aanwezig. Ze nodigt ons uit. Ze schenkt leven en bevrijdt mensen die er zich voor openstellen.

Die woorden van Johannes’ visioen kunnen een troost zijn… Geen lijden en geen dood meer.
Marx vond dat ze ‘opium van het volk’ waren, om ons te sussen en als het ware te verdoven, om in het hiernumaals niet te moeten vechten voor rechtvaardigheid en het hiernamaals maar rustig af te wachten. Om aan die opium te ontsnappen is het dan wellicht goed alvast alles (onze wereld) nieuw te maken door de kracht van onze liefde. In zijn afscheidswoorden gaf Jezus ook al een nieuw gebod: dat we elkaar zouden beminnen, zoals Hij ons heeft liefgehad. Dan is dat met die uiterste en mateloze liefde. Wie heeft de pretentie dat aan te kunnen? Kunnen we dan niet beantwoorden aan die opdracht van Jezus? Zeker! Binnen onze menselijke begrenzingen. ‘In de mate van het mogelijke’, zoals we het terecht dikwijls zeggen. Misschien is het zeer veel als we dat nieuwe gebod verstaan als: met nieuwe ogen naar mensen kijken, nieuwe woorden en nieuwe gebaren stellen vanuit die Liefde, die Jezus ons heeft voorgeleefd.

De Frans-Amerikaanse geleerde, René Jules Dubos, gaf een markant getuigenis op zijn 81ste vanop een ziekenhuisbed. Hij had het over een ervaring als kind van ongeveer 8 jaar. Maandenlang had hij wegens een ziekte binnenshuis moeten blijven. Eindelijk, op een zonovergoten ochtend mocht hij naar buiten voor een wandelingetje met zijn moeder. Hij beschrijft het straatje waar hij met zijn moeder doorwandelde als gewoon en monotoon. Maar op die dag was het als een sprookjesachtig mooie wereld. Ze ontmoetten maar enkele mensen. Voor hem was het een menigte die hem liet ervaren hoe opwindend het contact met mensen kan zijn. Het was intense levensvreugde over het gewone leven, voor hem de grootste zegening die een mens kan overkomen.

Dubos was ervan overtuigd dat het leven verdiende intens te worden geleefd. Makkelijk op grote momenten, maar hij vond dat dit ook met heel simpele dingen kon. Dat bescheiden wandelingetje beschouwde hij altijd als een sleutelervaring in zijn leven, ondanks zijn rijk gevulde carrière als beroemde wetenschapper, schrijver en spreker.

Het was voor hem geen levensvreemde romantiek. Integendeel. Hij erkende het als een intense en juiste werkelijkheidsbeleving.

Kan dit niet het ‘nieuwe’ betekenen van dat nieuwe gebod, dat Jezus gaf? Dat we vanuit zijn Liefde het leven intens beleven, zoals Hij dat gedaan heeft? Dan kan iedere ontmoeting, ieder samen-zijn met mensen, een kans zijn tot intense levensvreugde: als we met andere ogen naar mensen kijken, zoals verliefden anders kijken naar elkaar en naar de wereld rondom hen. We hoeven er dan geen kriebels in de buik van te krijgen. Het gaat erom dat wij nieuwe mensen worden. Dat we als leerlingen van Jezus ‘nieuw’ leven en als kinderen van God meedoen met Hem die zegt: ’Zie, ik maak alles nieuw.’

Rob Moens, dominicaan, Genk

 
  Prekenlijst